cargo

RECENSIES

Verpletterend mooie nachtmerrie van Cargo
Brabants Dagblad - 4 december 2010 © Daphne Broers
Stuk over agressie waaraan geen touw is vast te knopen
de Volkskrant - 6 december 2010 © Vincent kouters
Wreedheid en agressie zullen altijd voortgaan
www.allesoverkunst.nl - 6 december 2010 © Richard Stuivenberg


Verpletterend mooie nachtmerrie van Cargo
Brabants Dagblad © Daphne Broers

Nee, een gezellige avond werd het niet. ‘Geen vijand’, de nieuwe voorstelling van Toneelgroep Cargo, heeft meer weg van een nachtmerrie dan van een gemoedelijk avondje uit. Het is ruim anderhalf uur afzien. Op een verpletterend mooie manier.

Vanaf de eerste seconde smijt Marcel  Osterops nieuwe toneeltekst alle mogelijke lelijke, agressieve, onbeholpen, sadistische, grillige, kwetsbare en machteloze kanten van de mens in ons gezicht. Expres.

Osterop liet zich inspireren door zijn nieuwe woonplek in het centrum van Eindhoven – met uitzicht op een steegje en parkeerplaats – waarlangs ’s nachts de vleesgeworden agressie als in filmbeelden aan hem voorbij trekt.

In ‘Geen vijand’ probeert hij de bron van die wreedheid te ontrafelen. Dat is gelukt. In een waanzinnig decor (gemaakt door Wikke van Houwelingen) vol lappen, plastic zakken, slingers, alu-matjes, halve plastic bollen, poppenhanden, een wenteltrap en een hele batterij aan kostuums maken we kennis met drie personages. Nummers een en twee (gespeeld door Constance Kruis en Astrid van Eck) zijn wandelende tijdbommen die kansloze pogingen doen om intimiteit te bereiken, maar elkaar om beurten aantrekken en afstoten.

Vanaf de eerste scène bekruipt je al het duistere voorgevoel dat deze relatie geen happy end-potentie heeft, maar dat ze elkaar kapot zullen maken. Nummer drie (Hanne Struyf) is het slachtoffer waarop alle frustraties worden afgereageerd.

Dit alles had met gemak veel en veel te veel van het zwarte kunnen worden, maar regisseur Jeroen de Man heeft van het stuk een surrealistische fragmentarische droomwereld gemaakt die je op het puntje van je stoel laat zitten. De manier waarop het slachtoffer wordt geterroriseerd, is verbluffend vormgegeven. Ze wordt doorlopend als een soort van naargeestig designobject gemodelleerd, waarbij personage nummer één haar als een kunstenaar in knellende decorstukken verpakt. ‘Geen Vijand’ is van een donkere schoonheid en wijkt af van eerdere Cargo-stukken van schrijver Osterop, waarin hij de onvolmaaktheid van de mens met meer lichtheid en humor beschrijft. Het geeft geen pasklare antwoorden, maar verpakt alle grillige kanten van de ontoerekeningsvatbare en machteloze mens in een intrigerende beeldenstroom.

naar boven


Stuk over agressie waaraan geen touw is vast te knopen
de Volkskrant © Vincent kouters

In Geen vijand, een nieuwe voorstelling van toneelgroep Cargo en Het Zuidelijk Toneel, wil toneelschrijver Marcel Osterop de menselijke drang tot agressie en geweld in al zijn naakte platheid tonen. Daartoe schreef hij een tekst over twee vrouwen, een koppel. Hun relatie bevindt zich in een verregaande staat van ontbinding. Het probleem: de een wil seks, de ander niet. De een is een seksueel agressief monster, de ander staat op het punt het uit te maken.
Voor de regie werd Jeroen De Man (van theatergroep de Warme Winkel) gevraagd. Dat is een spannende keuze die de vraag oproept hoe de immer sobere, poëtische teksten van Osterop zich zullen verhouden to de doorgaans uitbundige, kleurrijke beeldtaal van De Man.
Niet al te best, zo lijkt het. Geen vijand begint met een lange, woordeloze scene waarin Constance Kruis en Astrid van Eck, die het stel spelen, een absurd uitziend kunstwerk bouwen uit allerlei rondslingerende rommel. Iets dergelijks doen ze nog een aantal keer. Soms behoort ook een jong, weerloos meisje (Hanna Struyf) tot de gebruikte bouwmaterialen. Het levert rare maar fascinerende constructies op.
Daartussendoor reageren de dames hun frustraties af op elkaar. Kruis wil eerst ‘knuffelen’ dan ‘seksen’ en uiteindelijk ‘iemand doodschieten’. Van Eck voelt zich schijnbaar niet goed. Er is geen sprake van een chronologisch verhaal. Gedurende het hallucinatoire uur wordt de situatie grimmiger, de taal platter en de gemaakte constructies gewelddadiger. Het meisje wordt vastgebonden en uitgekleed. Er wordt veelvuldig met een pistool gezwaaid.
Waar het allemaal toe moet leiden, blijft onhelder. De relatie tussen het meisje en het stel wordt niet duidelijk. Evenmin wie deze vrouwen zijn en waarmee ze bezig zijn.
In hun streven om gemakzuchtig gepsychologiseer uit de weg te gaan, zijn Osterop en De Man wel erg ver doorgeschoten naar de andere kant. Ze tonen fragmenten van personages, absurde ruzies en ongemotiveerde monologen. Er is al snel geen touw meer aan vast te knopen.
Tussen de brokstukken van deze chaotische voorstelling zijn echter ook een paar prachtige beelden te ontwaren. Zo speelt Struyf haar bizarre rol met glinsterende naïviteit en bevat de spreektaaltekst van Osterop pareltjes van beschimpingen. Het zijn de krenten in de pap.

naar boven


Wreedheid en agressie zullen altijd voortgaan
www.allesoverkunst.nl © Richard Stuivenberg

Makkelijk wordt het niet. Dat blijkt al van tevoren in het programmablaadje waarin regisseur Jeroen De Man verklaart geen publiek te willen dat achterover hangt en alles op zich af laat komen, "maar de puzzel wil kraken en tijdens die zoektocht door de dramatiek geraakt wordt." Gewapend betreden we dus de zaal.
De Man - die eerder dit jaar onder meer de nieuwe Louis Andriessen-opera Anaïs Nin regisseerde - maakt Geen vijand, de vijfde toneeltekst van Marcel Osterop, als gastregisseur bij Toneelgroep Cargo. Meestal regisseert Osterop zijn eigen teksten, waarbij hij natuurlijk trouw blijft aan de tekst. De Man blijft dat niet. Over Osterops zoekende woorden legt hij een totaal ander universum, dat hij met veel kleur en plastic laat vormgegeven als uitdragerij in een kraakpand - of zoiets - door Wikke van Houwelingen.
Marcel Osterop wilde een tekst schrijven over wreedheid en agressie die zomaar kunnen opborrelen in mensen. Hij zag dat iedere nacht gebeuren vanuit zijn kamerraam dat uitkijkt over een verzamelplein voor nachtelijke ruzies. En we zien dat iedere dag gebeuren in het nieuws, en verwerkt worden in films en televisieseries vol redeloos geweld. Osterop wilde zoeken naar de bron van dat alles. Hij zocht het, heel eenvoudig en doeltreffend, in de verhouding tussen twee mensen die met elkaar leven, van elkaar houden, maar elkaar ook naar het leven staan, zoals dat vaak gaat in relaties van liefde. Er is nog een derde persoon (hun kind? een gast? een onderduiker?) die telkens onaangedaan beschrijft welk geweld haar is aangedaan door haar 'soortgenoten'. Ze is vernederd, gemarteld en verkracht, zoveel is duidelijk.

Doodmartelen
Jeroen De Man maakt van de personages een lesbisch stel met hun persoonlijke huisslaafje annex kunstobject. De bron van het geweld in huis is namelijk kunstenares - althans, zo interpreteren we het maar. Ze leeft, denkt en praat op de rand van een psychose en zoals Constance Kruis haar speelde, werd ik bang van haar. Dit soort mensen is tot alles in staat. Geen wonder dat haar geliefde, bijna onaanraakbaar kalmerend gespeeld door Astrid van Eck, zich gedurende de voorstelling voorbereidt op haar vertrek. Ze vindt uiteindelijk steun bij de derde persoon in huis (Hanne Struyf), die een mango voor haar snijdt - heel ontroerend. De kunstenares kijkt toe, en barst in woede uit. Ze wil de huisslaaf doodmartelen. Pas wanneer haar vriendin een pistool op haar richt, wordt ze rustig. Ik zou de trekker hebben overgehaald. Dat zou het beste zijn, voor iedereen. En zo had Osterop het ook geschreven, begreep ik achteraf. Maar De Man besliste anders. Het pistool zwijgt. De vrouw mag blijven leven. Waarmee de wreedheid en agressie zullen voortgaan. Tot in de oneindigheid.

naar boven