Na de voorstellingen Een soort van mooi, Bloedjeuk en Gewürztraminer hebben theatermakers Marcel Osterop en Constance Kruis besloten om de ontwikkeling die ze binnen Het Zuidelijk Toneel hebben ingezet te intensiveren. Vanaf januari 2009 richten zij samen met Bregtje Radstake een zelfstandig gezelschap op onder de naam Toneelgroep Cargo. De samenwerking met Het Zuidelijk Toneel zal vanaf dat moment een andere vorm aannemen. HZT ondersteunt het nieuwe gezelschap zowel artistiek als productioneel en biedt Toneelgroep Cargo zo de mogelijkheid om in een voor haar bekende omgeving verder te werken aan een eigen signatuur.
Toneelgroep Cargo heeft als doel nieuw Nederlands acteurstoneel te maken met als zwaartepunt de teksten van Marcel Osterop. Teksten waarin de schijnbare spreektaal het belangrijkste voermiddel is. Toneel dat grotendeels drijft op de kracht van de acteurs.
Over de totstandkoming van Toneelgroep Cargo, haar doelstellingen en toekomstdromen spraken Marcel Osterop en Constance Kruis met theaterjournalist Sara van der Kooi.
Cargo is jullie gezamenlijke onderneming. Hoe is dat zo ontstaan?
Constance Kruis: ‘We kennen elkaar van de toneelschool in Amsterdam. We zaten bij elkaar in de klas.’ Marcel Osterop: ‘Naast de reguliere lessen was er veel ruimte om zelf dingen te maken. Etudes, noemden we dat. Daar hebben we elkaar al snel in gevonden. De eerste keer dat Constance een etude maakte speelde ze een oude vrouw die op een bed zat. Ze speelde dat zonder grime of wat dan ook. Het enige wat ze deed was een handdoek opvouwen. En een stukje lopen. Dat vond ik intrigerend. Het ging haar echt alleen om het personage. En ik denk dat dat ons sindsdien heeft verbonden. Het gedrag in mensen, en hoe ze met elkaar omgaan.’ Constance vult hem aan: ‘Het is de fascinatie voor wat mensen beweegt. We zoomen in op dat gedrag. We vergroten het uit en geven er een draai aan. En zo willen we met dat schijnbaar kleinmenselijke een verhaal vertellen dat iedereen aangaat.’
Zijn jullie na de opleiding direct samen verder gegaan?
Marcel: ‘Nee, dat ging anders. Ik had tijdens de opleiding de tekst Een soort van mooi geschreven. Die tekst wilden we samen spelen, en via allerlei omwegen kwamen we bij Het Zuidelijk Toneel terecht. Uiteindelijk zijn we er mee op tournee gegaan, en vanaf dat moment zijn we niet meer uit elkaar geweest.’ Constance: ‘Ik wilde niet direct na de opleiding een eigen groep oprichten. Ook al hadden we op de toneelschool al wel veel samen gemaakt en was er ook de ambitie. Er moest een stevig fundament zijn. Een soort van mooi was daarin de eerste stap. Onze ontwikkeling is vanaf dat moment heel gestaag gegaan. Dat willen we vast blijven houden, dat gestaag ontwikkelen. Maar we weten waar we naar toe willen en hoe we dat voor ons zien.’ ‘Na onze derde voorstelling, Bloedjeuk, besloten we in een meer structurele vorm te gaan werken,’ aldus Marcel. ‘We wilden ons volledig richten op het ontwikkelen van een nieuwe stijl van theatermaken. Het Zuidelijk Toneel bood ons de kans onder haar vleugels een eigen gezelschap op te richten. De komende drie jaar krijgen we als het ware een interne opleiding voor het runnen van een zelfstandig gezelschap. Bovendien helpen ze ons met alle praktische dingen, zodat er voor ons veel ruimte overblijft om ons puur te richten op het maken van nieuwe stukken. In het begin moesten we wennen aan het vooruitdenken. Als je zoiets aangaat moet je je heel erg bewust zijn van je stappen in de toekomst. Weten wat je wil maken, wat je stem is, wat je bijdraagt.’
Kun je op die vragen antwoord geven? Wat is bijvoorbeeld jullie stijl?
Marcel: ‘Bij ons staan de acteurs en hun personages centraal. Zelf hoop ik dat het feit dat ik bij Cargo tekst en regie doe, bij het publiek een beetje naar de achtergrond verdwijnt. De acteurs dragen de voorstellingen. Het lijkt me geweldig als toeschouwers naar ons komen omdat ze zin hebben een bepaalde acteur weer te zien spelen.’ Constance is het daar maar gedeeltelijk mee eens: ‘Ik hoop dat die dingen naast elkaar kunnen bestaan. Het is waardevol dat er met Marcel een nieuwe Nederlandse toneelschrijver opkomt. Goed is het als Cargo zowel door de teksten van Marcel, als door de spelers een herkenbaar gezicht krijgt.’ Hij: ‘Wat dat gezicht dan is? Zoals gezegd, kleine menselijke verhalen. Maar die mogen nooit klein blijven. We willen hoe dan ook een tijdsgeest schetsen. Een groter verhaal vertellen. Iets waar men zich in kan verliezen. Ik zie dat eigenlijk als het hoogst haalbare voor mijzelf als theatermaker. Dat het publiek wordt meegesleept door je voorstellingen. Karakteriserend is toch wel de term tragikomisch. Eigenlijk een verschrikkelijk woord, je wordt er mee doodgegooid.’ Zij: ‘Maar er is geen alternatief. Want tragedie en komedie kunnen niet los van elkaar bestaan. Zonder schrijnende onderlaag is een komedie niet interessant.’ ‘Daar zoeken we altijd naar,’ beaamt hij. ‘Dat snijvlak van wel of niet grappig. Mag je er nog wel om lachen? Als je een grappige tekst bloedserieus brengt, krijg je die mooie spanning.’
Veel mensen vinden de personages in jullie voorstellingen heel herkenbaar.
Marcel: ‘Ja dat klopt. Maar daar zijn we tijdens het maken eigenlijk niet mee bezig. Het zijn uitvergrotingen van gedrag, we zoeken juist naar het absurde, de hoekigheid. Toch blijkt uit publieksreacties dat het herkenbaar is. Ik vind dat een groot compliment.’ Constance: ‘Het is geweldig dat datgene wat ons boeit, waar we mee aan de haal gaan in een voorstelling, uiteindelijk ook anderen raakt. Het is onze taak om die fascinatie uit te diepen, en op een zuivere manier te laten zien aan het publiek. Zodat het bij de toeschouwers gaat tintelen.’
Waarom hebben jullie gekozen voor de naam Cargo?
Constance lacht: ‘Tja, ik zat in de trein en zag van die containers voor goederenvervoer, waar cargo op staat. Ik vond dat zo’n mooi woord. Het heeft iets van kracht.’ Hij: ‘Nu merk je dat mensen de betekenis zelf gaan invullen. Cargo betekent vracht, lading. Terwijl dat voor ons geen overweging was. Het bekt gewoon lekker. De naam blijft goed hangen. Het zou leuk zijn om er een heel filosofisch verhaal over te vertellen, maar dat hebben we niet.’
Wat zijn jullie gedachten voor de toekomst?
Marcel: ‘Onze speelstijl hangt nu nog sterk samen met mijn teksten. Maar het lijkt me goed om die speelstijl ook eens te hanteren bij het spelen van teksten van andere toneelschrijvers. Misschien zal ik een bestaande tekst gaan bewerken, dat lijkt me te gek om eens te doen. Maar nu ben ik nog bezig met mijn eigen ontwikkeling als schrijver. Het is niet logisch om in deze fase al stukken van anderen uit de kast te trekken. Toch denk ik wel dat het er ooit van gaat komen. En natuurlijk willen we over een tijd een zelfstandig gezelschap worden. In een eigen gebouw, een eigen stad, met een publiek dat af en toe gezellig een biertje bij ons komt drinken in de foyer en zin heeft in weer een volgende voorstelling. Een publiek dat ons blijft volgen.’ Constance: ‘Ja, en de vaste club gelijkgestemden verder uitbreiden.’ Marcel: ‘Inderdaad. Het is nu al leuk om vaker met dezelfde acteurs te werken, je ziet een ontwikkeling. De spelers krijgen gevoel voor het vocabulaire in onze stukken, en kunnen daarmee ook kritisch zijn op nieuwe teksten. Op die manier zijn we eigenlijk al begonnen met het vormen van een echt gezelschap. En daar zullen we mee doorgaan, in al onze gedrevenheid.’